THEBEN DU 1 KNX Kasutusjuhend

Tüüp
Kasutusjuhend

See käsiraamat sobib ka

Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
KNX-handboek
1-kanaals
inbouwdimactoren
DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
4942570
4941670
4941671
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
Inhoudsopgave
1 BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN! 3
2 Applicatieprogramma’s voor DU 1 4
3 Functiebeschrijving 5
4 Bediening 6
5 Technische specificaties 7
5.1 Belangrijke aanwijzingen 9
6 Algemene informatie over KNX-Secure 10
6.1 Inbedrijfstelling met "KNX-data-secure" 11
6.2 Inbedrijfstelling zonder "KNX-data-secure" 11
7 De applicatieprogramma’s DU 1, DU 1 RF, DU 1 (S) RF 12
7.1 Keuze in de productdatabase 12
7.2 Communicatieobjecten overzicht 13
7.3 Communicatieobjecten beschrijving 16
7.4 Parameterpagina’s overzicht 25
7.5 Algemene parameters 26
7.6 Parameters voor de dimactor 27
7.7 Parameters voor de externe ingangen I1, I2 als pure binaire KNX-ingangen 45
7.8 Parameters voor de directe besturing van de dimactor 63
8 Toepassingsvoorbeelden 68
8.1 Directe besturing: basisconfiguratie 68
8.2 Dimkanaal via de bus besturen 70
9 Bijlage 73
9.1 Algemene informatie over KNX-RF 73
9.2 Toepassing van de functie Soft-schakelen 74
9.3 Toepassing voorrangsfunctie 80
9.4 LED-lampen dimmen 81
9.5 4-bits telegrammen (lichter/donkerder) 82
9.6 De scènes 84
9.7 Omrekening procenten in hexadecimale en decimale waarden 88
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
1 BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN!
Gevaar door elektrische schokken!
Het apparaat DU 1 RF, DU 1 S RF is bij de klemmen en stekkers niet geïsoleerd!
Op de ingangen staat netspanning!
Bij aansluiting van de ingangen of voor elke ingreep in een van de ingangen de
230 V-voeding van het apparaat onderbreken.
Aanraakveilig installeren.
Voor minimaal 3 mm afstand tot stroomvoerende delen of extra isolatie met bijv.
verdelers zorgen.
De isolatie van de niet-gebruikte ingangen niet verwijderen.
De aders van de niet-gebruikte ingangen niet afknippen.
Geen netspanning (230 V) of andere externe spanningen op de ingangen aansluiten!
Bij de installatie op voldoende isolatie tussen netspanning (230 V) en bus resp.
ingangen letten (min. 5,5 mm).
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
2 Applicatieprogramma’s voor DU 1
= DU 1 V2.x secure
= DU 1 V1.x
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
3 Functiebeschrijving
1-kanaals universele inbouwdimactor
Dimbereik 0-100%
Voor het dimmen van gloeilampen, LV- en HV-halogeenlampen, dimbare LED-
retrofitlampen
Ook geschikt voor de aansturing van ventilatoren
Dimvermogen: 250 W
Automatische lastherkenning (deactiveerbaar)
Voor R-, L- en C-lasten
S RF-versie: geoptimaliseerd zend-/ontvangstvermogen door gebruik van een nieuwe
radiografische chip
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
4 Bediening
Het apparaat heeft 2 externe ingangen voor toetsen, schakelaars etc.
Bij levering, d.w.z. nog vóór de KNX-programmering, kan de dimactor direct met een
toets op I1 worden bediend.
Afhankelijk van de instelling van de externe ingang I1 in de ETS kan de actor op
2 verschillende manieren worden bediend:
Besturing via bustelegrammen.
Dat is de klassieke configuratie voor een KNX-actor.
De besturing vindt uitsluitend via bustelegrammen plaats.
Daarbij hebben de externe ingangen I1, I2 geen interne verbinding met de actor.
Directe besturing (standaardinstelling in de ETS)1
Het dimactorkanaal kan met een conventionele toets worden bediend.
Deze wordt direct op de externe ingang I1 aangesloten.
De ingang I1 wordt dan uitsluitend voor deze functie gebruikt en is bij deze instelling niet
meer met de bus verbonden, d.w.z. er zijn geen communicatieobjecten.
De actor zelf behoudt ook in deze configuratie al zijn communicatieobjecten.
Zie het hoofdstuk Typische toepassingen.
1 Knop Standaardparameters
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
5 Technische specificaties
Bedrijfsspanning
DU 1: KNX-busspanning
DU 1 RF, DU 1 S RF: 230 240 V AC, 50 60 Hz
Busstroom KNX2
5 mA
Bedrijfsspanning
230240 V AC
Frequentie
50-60 Hz
Stand-by-vermogen
< 0,15 W
L x B x D
DU 1: 48,6 x 44,4 x 31,3 mm
DU 1 RF: 48,6 x 46,8 x 22 mm
DU 1 S RF : 48,6 x 44,4 x 25 mm
Montagetype
Inbouw
Aansluittype
DU 1: Schroefklemmen | busaansluiting: KNX-busklem
DU 1 RF, DU 1 S RF: Schroefklemmen
Max. kabeldiameter
Massief: 0,5 mm² (Ø 0,8) tot 4 mm²
Litzedraad med adereindhuls: 0,5 mm² tot 2,5 mm²
Aantal kanalen
1-kanaals
Lampsoorten
Gloeilampen, laagvoltage- en hoogvoltage-halogeenlampen en
led
Gloei-
/halogeenlamplast
250 W
LED-lampen
Faseafsnijding: 250 W | Faseaansnijding: 24 W
3
Schakelvermogen min.
2 W
Max. kabellengte
100 m
Omgevingstemperatuur
-5°C … +45°C
Radiostandaard
KNX
Zendfrequentie
868,3 MHz
Signaalvermogen
10 mW
2 enkel DU 1
3 Zie volgende tabel
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
Reikwijdte RF
Tot 100 m in het vrije veld
Codering
FSK (Frequency Shift Keying)
Transceivertype
bidirectioneel
Lasttype Nominale
spanning Omgevingstemperatuur
Faseaansnijding
(L-modus)
Faseafsnijding
(RC-modus)
Mogelijke
max.
last
Gloeilampen 230 V / 50 Hz 45 °C RC-modus 200 W
Halogeenlampen
trafo (inductief)
230 V / 50 Hz 25 °C L-modus 200 VA
230 V / 50 Hz 45 °C L-modus 130 VA
LED - lamplast 230 V / 50 Hz
25 °C RC-modus 200 W
45 °C 250 W
25 °C L-modus 24 W4
45 °C 12 W5
230 V / 50 Hz 25 °C RC-modus 250 W
4 Het vermogen van LED-lampen en compacte tl-lampen in faseaansnijding is sterk afhankelijk
van het type lamp. Door een te hoge temperatuur kan de dimmer ontregeld raken.
In dit geval moet de bedrijfsmodus Faseafsnijding worden gekozen!
Hierdoor wordt voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt.
5 Het vermogen van LED-lampen en compacte tl-lampen in faseaansnijding is sterk afhankelijk
van het type lamp. Door een te hoge temperatuur kan de dimmer ontregeld raken.
In dit geval moet de bedrijfsmodus Faseafsnijding worden gekozen!
Hierdoor wordt voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt.
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
5.1 Belangrijke aanwijzingen
Bij het vervangen van lampen moet de voedingsspanning (in de zekeringkast) altijd
worden uitgeschakeld.
De serie- of parallelschakeling van dimmers is niet toegestaan.
Vóór de dimmer mag geen regeltransformator worden geïnstalleerd.
Rondstuurimpulsen van de elektriciteitsbedrijven of -centrales zijn aan een kortstondig
flikkeren van de verlichting herkenbaar.
Bij parallelschakeling van een groter aantal LED-lampen kan ook bij lasten < 250 W
worden beïnvloed.
Dit komt door de opgetelde inschakelstromen, die afhankelijk zijn van het type lamp.
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
6 Algemene informatie over KNX-Secure
Vanaf ETS5 versie 5.5 wordt veilige communicatie in KNX-systemen ondersteund. Hierbij wordt
onderscheid gemaakt tussen veilige communicatie via het medium IP met behulp van KNX-IP-
secure en veilige communicatie via de media TP en RF met behulp van KNX-data-secure. De
onderstaande informatie heeft betrekking op KNX-data-secure.
In de catalogus van ETS worden KNX-producten met ondersteuning van "KNX-secure" eenduidig
gekenmerkt.
Zodra een "KNX-secure"-apparaat in het project wordt ingevoegd, vraagt de ETS om een
projectwachtwoord. Als geen wachtwoord wordt ingevoerd, wordt het apparaat met
gedeactiveerde secure-modus ingevoegd. Het wachtwoord kan achteraf in het projectoverzicht
worden ingevoerd of gewijzigd.
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
6.1 Inbedrijfstelling met "KNX-data-secure"
Voor de veilige communicatie is de FDSK (Factory Device Setup Key) nodig. Als een KNX-product
met ondersteuning van "KNX-data-secure" in een regel wordt ingevoegd, vraagt de ETS om
invoer van de FDSK. Deze apparaatspecifieke sleutel is afgedrukt op het etiket van het apparaat
en kan ofwel via het toetsenbord worden ingevoerd, ofwel met behulp van de codescanner of de
camera van de notebook worden ingelezen.
Voorbeeld-FDSK op etiket op apparaat:
De ETS genereert na invoer van de FDSK een apparaatspecifieke toolsleutel. Via de bus stuurt de
ETS de toolsleutel naar het apparaat dat moet worden geconfigureerd. De overdracht wordt met
de oorspronkelijke en voorheen ingevoerde FDSK-sleutel versleuteld en geverifieerd. Noch de
toolsleutel, noch de FDSK-sleutel worden niet-gecodeerd via de bus verstuurd.
Het apparaat accepteert na de vorige actie alleen nog de toolsleutel voor verdere communicatie
met de ETS.
De FDSK-sleutel wordt niet meer gebruikt voor verdere communicatie, tenzij het apparaat wordt
teruggesteld naar de fabrieksinstellingen. Daarbij worden alle ingestelde, veiligheidsrelevante
gegevens gewist.
De ETS genereert zo veel tijdelijke sleutels als nodig zijn voor de groepscommunicatie die men
wil beschermen. Via de bus stuurt de ETS de tijdelijke sleutel naar het apparaat dat moet
worden geconfigureerd. De overdracht vindt plaats wanneer het apparaat via de toolsleutel
wordt versleuteld en geverifieerd. De tijdelijke sleutels worden nooit niet-gecodeerd via de bus
verstuurd.
De FDSK wordt in het project opgeslagen en is in het projectoverzicht te zien.
Bovendien kunnen alle sleutels door dit project worden geëxporteerd (back-up).
Bij de projectplanning kan vervolgens worden gedefinieerd welke functies/objecten beveiligd
moeten communiceren. Alle objecten met versleutelde communicatie zijn in de ETS te
herkennen aan het pictogram "Secure".
6.2 Inbedrijfstelling zonder "KNX-data-secure"
Als alternatief kan het apparaat ook zonder KNX-data-secure in bedrijf worden genomen. In dit
geval is het apparaat niet beveiligd en gedraagt het zich als andere KNX-apparaten zonder de
functie KNX-data-secure.
Voor de inbedrijfstelling van het apparaat zonder KNX-data-secure markeert u het apparaat in
de paragraaf 'Topologie' of 'Apparaat' en zet u in het gedeelte 'Eigenschappen' op het tabblad
'Instellingen' de optie 'Veilige inbedrijfstelling' op 'Gedeactiveerd'.
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
7 De applicatieprogramma’s DU 1,
DU 1 RF, DU 1 (S) RF
7.1 Keuze in de productdatabase
Fabrikant
Theben AG
Productfamilie
Uitgave
Producttype
DU 1 / DU 1 RF / DU 1 S RF
Programmanaam
DU 1
6
DU 1 secure7
DU 1 RF8
DU1 (S) RF
9
De ETS-database vindt u op onze website: www.theben.de/en/downloads_en
6 V1.0…V1.2
7 V2.0…
8 V1.1
9 V2.0…
Aantal communicatieobjecten
34
Aantal groepsadressen
254
Aantal toewijzingen
255
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
7.2 Communicatieobjecten overzicht
7.2.1 Dimmer, kanaal C1
Nr.
Objectnaam
Functie
Lengte
R
W
C
T
DPT
1
Kanaal C1
Schakelen AAN/UIT
1 bit
-
W
C
-
1.001
2
Kanaal C1
Lichter/donkerder
4 bit
-
W
C
-
3.007
3
Kanaal C1
Dimwaarde
1 byte
-
W
C
-
5.001
4
Kanaal C1
Soft-schakelen
1 bit
-
W
C
-
1.001
5
Kanaal C1
Blokkeren
1 bit
-
W
C
-
1.001
6
Kanaal C1
Scènes oproepen/opslaan
1 byte
-
W
C
-
18.001
7 Kanaal C1
Scènes vrijgeven = 1
1 bit
-
W
C
-
1.001
Scènes blokkeren = 1
1 bit
-
W
C
-
1.001
8 Kanaal C1
Voorrang
2 bit
-
W
C
-
2.001
Dimwaarde bij voorrang
1 byte
-
W
C
-
5.001
Voorrang = 1
1 bit
-
W
C
-
1.001
Voorrang = 0
1 bit
-
W
C
-
1.001
9
Kanaal C1
Dimwaardebeperking
1 byte
-
W
C
-
5.001
10
Kanaal C1
Terugmelding AAN/UIT
1 bit
R
-
C
T
1.001
11
Kanaal C1
Terugmelding in %
1 byte
R
-
C
T
5.001
12 Kanaal C1
Terugmelding bedrijfsuren
4 bytes
R
-
C
T
13.100
Tijd tot de volgende service
4 bytes
R
-
C
T
13.100
13
Kanaal C1
Service vereist
1 bit
R
-
C
T
1.001
14 Kanaal C1
Reset service
1 bit
-
W
C
-
1.001
Reset bedrijfsuren
1 bit
-
W
C
-
1.001
15
Kanaal C1
Algemene foutmelding
1 bit
R
-
C
T
1.001
16
Kanaal C1
Melding kortsluiting
1 bit
R
-
C
T
1.001
17
Kanaal C1
Melding te hoge temperatuur
1 bit
R
-
C
T
1.001
18
Kanaal C1
Netfout
1 bit
R
-
C
T
1.001
19
Kanaal C1
Melding lasttype
1 byte
R
-
C
T
20.610
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
7.2.2 Externe ingangen: functie schakelaar resp. toets
Nr. Objectnaam Functie Lengte R W C T DPT
41 Kanaal I1.1
Schakelen 1 bit R W C T 1.001
Prioriteit 2 bit R - C T 2.001
Percentage zenden 1 byte R - C T 5.001
Waarde zenden 1 byte R - C T 5.010
42 Kanaal I1.2
Schakelen 1 bit R W C T 1.001
Prioriteit 2 bit R - C T 2.001
Percentage zenden 1 byte R - C T 5.001
Waarde zenden 1 byte R - C T 5.010
45 Kanaal I1 Blokkeren = 1 1 bit - W C - 1.001
Blokkeren = 0 1 bit - W C - 1.003
51-55 Kanaal I2 (details: zie Kanaal I1)
7.2.3 Externe ingangen: functie dimmen
Nr. Objectnaam Functie Lengte R W C T DPT
41 Kanaal I1 Schakelen 1 bit R W C T 1.001
42 Kanaal I1
Lichter/donkerder 4 bit R - C T 3.007
Lichter 4 bit R - C T 3.007
Donkerder 4 bit R - C T 3.007
43 Kanaal I1.1
Schakelen 1 bit R W C T 1.001
Prioriteit 2 bit R - C T 2.001
Percentage zenden 1 byte R - C T 5.001
Waarde zenden 1 byte R - C T 5.010
45 Kanaal I1 Blokkeren = 1 1 bit - W C - 1.001
Blokkeren = 0 1 bit - W C - 1.003
51-55 Kanaal I2 (details: zie Kanaal I1)
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
7.2.4 Externe ingangen: functie jaloezie
Nr. Objectnaam Functie Lengte R W C T DPT
41 Kanaal I1 Step / Stop 1 bit R - C T 1.010
42 Kanaal I1
OMHOOG / OMLAAG 1 bit R W C T 1.008
OMHOOG 1 bit R - C T 1.008
OMLAAG 1 bit R - C T 1.008
43 Kanaal I1.1
Schakelen 1 bit R W C T 1.001
Prioriteit 2 bit R - C T 2.001
Percentage zenden 1 byte R - C T 5.001
Hoogte % 10 1 byte R - C T 5.001
Waarde zenden 1 byte R - C T 5.010
2 byte 9.x 2 bytes R - C T 9.xxx
4 byte 14.x 4 bytes R - C T 14.xxx
44 Kanaal I1.2 Lamel % 11 1 byte R - C T 5.001
45 Kanaal I1 Blokkeren = 1 1 bit - W C - 1.001
Blokkeren = 0 1 bit - W C - 1.003
51-55 Kanaal I2 (details: zie Kanaal I1)
7.2.5 Externe ingangen: functie Temperatuuringang (alleen I2)
Nr. Objectnaam Functie Lengte R W C T DPT
51 Kanaal I2 Werkelijke temperatuur 2 byte R - C T 9.001
7.2.6 Gemeenschappelijke objecten
Nr. Objectnaam Functie Lengte R
W
C T DPT
71 Centraal Centraal CNTIN AAN 1 bit - W
C - 1.001
72 Centraal Centraal CNTIN UIT 1 bit - W
C - 1.001
73 Centraal Centraal schakelen 1 bit - W
C - 1.001
74 Centraal Centraal scènes oproepen/opslaan 1 byte - W
C - 18.001
75
Versie firmware
Zenden
2 byte
R
-
C
T
217.001
10 Bij dubbelklikken met objecttype = Hoogte % + lamel %
11 Bij dubbelklikken met objecttype = Hoogte % + lamel %
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
7.3 Communicatieobjecten beschrijving
7.3.1 Objecten voor de dimactor
Object 1: Schakelen AAN/UIT
1 = Last inschakelen.
0 = Last uitschakelen.
Zie ook: parameter Inschakelwaarde.
Object 2: lichter/donkerder
Dit object wordt met 4-bits-telegrammen aangestuurd (DPT 3.007 Control_Dimming).
Met deze functie kan het licht in stappen omhoog of
omlaag worden gedimd.
Standaard worden telegrammen met 64 stappen gezonden.
BELANGRIJK: de reactie op 4-bits-telegrammen hangt af van de parameter
In- en uitschakelen met 4-bits-telegram.
Zie de bijlage: 4-bits-telegrammen (lichter/donkerder)
Object 3: dimwaarde
Met dit object kan de gewenste dimmerinstelling direct worden gekozen.
Formaat: 1 byte percentage.
0 = 0%
255 = 100%
Object 4: Soft-schakelen
Een 1 op dit object start een Soft-schakelcyclus, d.w.z.:
de lichtsterkte of -intensiteit wordt, uitgaande van de minimale lichtsterkte, geleidelijk
verhoogd.
De dimwaarde blijft daarna binnen de geparametreerde tijd constant en wordt na afloop van
deze periode weer geleidelijk verlaagd.
Als de geparametreerde minimale lichtsterkte wordt bereikt, wordt de dimwaarde weer op 0%
gereset.
De cyclus kan door telegrammen worden verlengd of voortijdig worden beëindigd
Het verloop kan ook met een Schakelklok worden aangestuurd, wanneer de parameter Tijd
tussen Soft-Aan en Soft-Uit is ingesteld op tot telegram Soft-Uit.
De dimcyclus wordt dan met een 1 gestart en met een 0 beëindigd.
Zie in de bijlage: Toepassing van de functie Soft-schakelen
Object 5: Blokkeren
Reactie bij het activeren en deactiveren van de blokkering kan via parameters worden ingesteld
als de blokkeringsfunctie werd geactiveerd (parameterpagina Kanaal C1 Functiekeuze).
De blokkering wordt pas actief na ontvangst van het Object Aan, d.w.z. dat het kanaal bij
Blokkeren met 0 na terugkeer van de busspanning niet geblokkeerd is.
Als de parameter Reactie bij plaatsen van de blokkering = geen reactie, dan wordt een lopend
proces voor Soft-schakelen niet onderbroken.
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
Object 6: Scènes oproepen/opslaan
Alleen beschikbaar als de scènefunctie werd geactiveerd (parameterpagina Functiekeuze).
Met dit object kunnen „scènes“ worden opgeslagen en later weer worden opgevraagd.
Bij het opslaan wordt de dimwaarde van het kanaal opgeslagen.
Daarbij maakt het niet uit hoe deze dimwaarde is ontstaan (via schakelcommando's, centrale
objecten of de toetsen op het apparaat).
Bij het opvragen wordt de opgeslagen dimwaarde weer hersteld.
De scènenummers van 1 t/m 63 worden ondersteund.
Het kanaal kan aan max. 8 scènes deelnemen.
Zie bijlage: De scènes
Object 7: Scènes blokkeren = 1, Scènes vrijgeven = 1
Blokkeert de scènefunctie, met een 1 of met een 0, afhankelijk van de ingestelde parameters.
Gedurende de blokkering kunnen geen scènes meer worden opgeslagen en opgeroepen.
Object 8: Voorrang, dimwaarde bij voorrang, voorrang = 1, Voorrang = 0
De functie van het voorrangsobject kan via parameters worden ingesteld als 1- of 2-bits- of als
1byte-object.
Formaat van het
voorrangsobject
Voorrang
Reactie bij voorrang
activeren met
beëindigen met
Begin
Einde
1 bit
1 of 0
(parametreerbaar)
0 of 1
(parametreerbaar)
kan via parameters worden ingesteld
in het applicatieprogramma
2 bit
Voorrang
ingeschakeld = 3
Voorrang
uitgeschakeld = 2
Voorrang
deactiveren
= 0 of 1
kan via parameters
worden ingesteld in
het
applicatieprogramma.
De laatste
dimwaarde
vóór de
voorrang
wordt
hersteld
1 byte
1-100%
0
Het
activeringstelegram
geldt gelijktijdig als
voorrangsdimwaarde
De laatste
dimwaarde
vóór de
voorrang
wordt
hersteld
Object 9: Dimwaardebegrenzing
De ontvangen dimwaarde wordt overgenomen als de maximaal instelbare dimwaarde.
Het bereik hiervan wordt vastgelegd op de parameterpagina Dimwaardebegrenzingen.
Object 10: Terugmelding AAN/UIT
Zendt de huidige dimstatus:
1 = huidige dimwaarde ligt tussen 1% en 100%
0 = huidige dimwaarde is = 0%
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
Object 11: Terugmelding in %
Zendt de nieuwe dimwaarde na wijziging zodra een dimming is afgesloten, d.w.z. zodra de
nieuwe gewenste waarde werd bereikt.
Formaat: 1 byte, 0 ... 255, d.w.z. 0 ... 100%
Object 12: Terugmelding bedrijfsuren, Tijd tot de volgende service
Alleen beschikbaar als de bedrijfsurentellerfunctie werd geactiveerd
(parameterpagina Functiekeuze).
Meldt, afhankelijk van het gekozen Type bedrijfsurenteller (parameterpagina Bedrijfsurenteller
en service), de resterende tijd tot aan het verstrijken van het ingestelde service-interval of de
huidige stand van de bedrijfsurenteller.
Object 13: service noodzakelijk
Alleen beschikbaar als de bedrijfsurentellerfunctie werd geactiveerd
(parameterpagina Functiekeuze) en Type bedrijfsurenteller = Teller voor tijd tot de volgende
service.
Meldt of het ingestelde service-interval is verstreken.
0 = niet verstreken
1 = service-interval is verstreken.
Object 14: Resetten service, resetten bedrijfsuren“
Alleen beschikbaar als de bedrijfsurentellerfunctie werd geactiveerd
(parameterpagina Functiekeuze).
Object 15: Algemene foutmelding
Dient als signaal voor storing:
0 = Geen fout
1 = er werd een fout vastgesteld
Deze melding kan bijv. op een display worden weergegeven
Object 16: Melding kortsluiting
0 = OK
1 = kortsluiting op de uitgang van de dimmer:
aangesloten kabels en last controleren.
Object 17: Melding te hoge temperatuur
0 = OK
1= de dimmer is overbelast:
aangesloten vermogen te hoog,
te hoge omgevingstemperatuur,
verkeerde montagepositie, d.w.z. het apparaat kan de warmte niet afvoeren
Object 18: netfout
0 = OK
1 = geen netspanning aanwezig:
netuitval of hardwarefout.
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
Object 19: Melding lasttype
Terugmelding van het herkende lasttype in DPT20.610-opmaak.
0 = niet gedefinieerd
1 = faseafsnijding (L-last aangesloten); conventionele trafo's
2 = faseafsnijding (C-last aangesloten), elektronische trafo’s of gloeilampenlast
Deze aansturing wordt ook gebruikt voor ohmse lasten (R-lasten).
3 = Geen lastherkenning mogelijk of fout.
Inbouwdimactoren DU 1, DU 1 RF, DU 1 S RF
7.3.2 Objecten voor de externe ingangen: functie Schakelaar
Object 41: Kanaal I1.1
Eerste uitgangsobject van het kanaal (eerste telegram).
Er kunnen 4 telegramformaten worden ingesteld:
schakelen AAN/UIT, prioriteit, percentage zenden, waarde zenden.
Object 42: Kanaal I1.2
Tweede uitgangsobject van het kanaal (tweede telegram).
Er kunnen 4 telegramformaten worden ingesteld:
schakelen AAN/UIT, prioriteit, percentage zenden, waarde zenden.
Object 45: Kanaal I1 blokkeren = 1 resp. blokkeren = 0
Met dit object wordt het kanaal geblokkeerd.
Werkingsrichting van het blokkeringsobject en reactie bij het instellen resp. opheffen van de
blokkering kunnen worden geparametreerd.
Objecten 51-55
Objecten voor kanaal I2
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88

THEBEN DU 1 KNX Kasutusjuhend

Tüüp
Kasutusjuhend
See käsiraamat sobib ka

teistes keeltes