schmersal SRB-E-232ST-CC Kasutusjuhend

Tüüp
Kasutusjuhend

See käsiraamat sobib ka

SRB-E-232ST
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
NL 1
1. Over dit document
1.1 Functie
Deze bedieningshandleiding geeft u de benodigde informatie voor de
montage, inbedrijfsneming, veilige werking en de demontage van de
component. Een duidelijk leesbare kopie van de bedieningshandleiding
moet altijd in de directe nabijheid van het product bewaard worden.
1.2 Doelgroep: gemachtigd personeel
Alle activiteiten die in deze bedieningshandleiding beschreven
worden, mogen uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel, dat
hiertoe gemachtigd is door de eigenaar van de machine of installatie,
uitgevoerd worden.
Zorg ervoor dat u de bedieningshandleiding gelezen heeft en begrijpt
voordat u het component installeert en in werking stelt.
Bij de keuze en inbouw van de componenten en bij hun integratie in
de besturing moet de machinebouwer rekening houden met de
normbepalingen en hun eisen.
1.3 Gebruikte symbolen
Informatie, tip, opmerking:
Dit symbool markeert nuttige extra informatie.
Voorzichtig: Het niet-naleven van deze waarschuwing kan
tot storingen, een foutieve werking of defecten leiden.
Waarschuwing: Het niet-naleven van deze waarschuwing
kan tot lichamelijke verwondingen en/of materiële schade aan
de machine tot gevolg hebben.
1.4 Correct gebruik
Het productassortiment van Schmersal is niet bedoeld voor particuliere
consumenten.
De hier beschreven producten werden ontwikkeld om
veiligheidsrelevante functies uit te voeren als onderdeel van een
volledige machine of installatie. De bouwer van een machine of
installatie is verantwoordelijk voor de correcte werking van het geheel.
De hier beschreven producten werden ontwikkeld om
veiligheidsrelevante functies uit te voeren als onderdeel van een
volledige machine of installatie. Gedetailleerde informatie over het
toepassingsgebied vindt u in het hoofdstuk "Productbeschrijving".
Inhoudsopgave
1 Over dit document
1.1 Functie ...............................................1
1.2 Doelgroep: gemachtigd personeel..........................1
1.3 Gebruikte symbolen.....................................1
1.4 Correct gebruik ........................................1
1.5 Algemene veiligheidsinstructies............................2
1.6 Waarschuwing voor foutief gebruik .........................2
1.7 Uitsluiting van aansprakelijkheid ...........................2
2 Productbeschrijving
2.1 Bestelsleutel...........................................2
2.2 Speciale versies........................................2
2.3 Bestemming en gebruik ..................................2
2.4 Technische gegevens ...................................3
2.5 Derating / Elektrische levensduur van de veiligheidscontacten....3
2.6 Veiligheidsclassicatie ...................................4
3 Montage
3.1 Algemene montage-instructies ............................4
3.2 Afmetingen............................................4
4 Elektrische aansluiting
4.1 Algemene opmerkingen betreende de elektrische aansluiting ...4
4.2 Codering van de aansluitklemmen..........................4
5 Werkingsprincipe en instellingen
5.1 Klemmenbeschrijving en LED-aanduidingen..................5
5.2 Instelbare toepassingen..................................6
5.3 De instelling of toepassing wijzigen .........................6
6 Diagnose
6.1 LED aanduidingen ......................................7
6.2 Storingen .............................................7
7 Aansluitvoorbeelden
7.1 Mogelijke toepassingen ..................................7
7.2 Toepassingsvoorbeeld ...................................8
7.3 Startconguratie........................................9
7.4 Terugkoppeling / Vrijgavesignaal ...........................9
7.5 Sensorconguratie.....................................10
8 Gebruik en onderhoud
8.1 Inbedrijfname .........................................10
8.2 Functietest ...........................................10
8.3 Gedrag bij storingen....................................10
8.4 Instelrapport..........................................11
8.5 Onderhoud...........................................11
9 Demontage en afvalverwijdering
9.1 Demontage ..........................................11
9.2 Afvalverwijdering ......................................11
10 Bijlage
10.1 Aanwijzingen voor de schakeling ........................11
11 EU-conformiteitsverklaring
x.000 / 03.2023 / v.A. - 103015196-NL / D / 2023-03-17 / AE-Nr. 15500
NL Bedieningshandleiding . . . . . . . . . Pagina 1 tot 12
Origineel
2
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule SRB-E-232ST
NL
1.5 Algemene veiligheidsinstructies
De gebruiker moet de veiligheidsinstructies van deze
bedieningshandleiding alsmede de nationale installatienormen en de
geldende veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften in acht nemen.
Aanvullende technische informatie vindt u in de Schmersal
catalogi of in de online catalogus: products.schmersal.com.
Alle vermeldingen zijn vrijblijvend en zonder enige contractuele
verbintenis. Technische wijzigingen voorbehouden.
Bij naleving van de veiligheidsinstructies en de instructies voor
montage, inwerkingstelling, bediening en onderhoud zijn geen
restrisico's bekend.
1.6 Waarschuwing voor foutief gebruik
Bij ondeskundig of niet-correct gebruik of manipulaties
kunnen bij gebruik van de veiligheidsmodule gevaren voor
personen of schade aan machine- of installatieonderdelen
niet uitgesloten worden.
1.7 Uitsluiting van aansprakelijkheid
Wij zijn niet aansprakelijk voor schade en bedrijfsstoringen die voortvloeien
uit montagefouten of het niet naleven van deze bedieningshandleiding.
Voor schade die ontstaat vanwege het gebruik van reserveonderdelen of
toebehoren, die niet door de fabrikant toegelaten zijn, is iedere vorm van
aansprakelijkheid van de fabrikant uitgesloten.
Om veiligheidsredenen is het eigenhandig herstellen, ombouwen
of veranderen van het component uitdrukkelijk verboden. Iedere
eigenmachtig uitgevoerde reparatie, ombouw of verandering is uit
veiligheidsoogpunt niet toegestaan, en ontslaat in voorkomend geval de
fabrikant van elke aansprakelijkheid en/of daaruit voortvloeiende schade.
De veiligheidsmodule moet gebruikt worden in een gebied met
beperkte toegang voor het personeel.
2. Productbeschrijving
2.1 Bestelsleutel
Deze bedieningshandleiding geldt voor de volgende types:
SRB-E-232ST-
Nr. Optie Beschrijving
Opsteekbare schroefklemmen: eendradig (stijf)
of fijndradig (flexibel): 0,2 … 2,5 mm²;
Fijndradig met adereindhulzen: 0,25 … 2,5 mm²
CC Opsteekbare veeraansluitklemmen: eendradig (stijf)
of fijndradig (flexibel): 0,2 … 1,5 mm²;
Fijndradig met adereindhulzen: 0,25 … 1,5 mm²
Alleen als de in deze gebruiksaanwijzing beschreven
handelingen correct worden uitgevoerd, blijft de
veiligheidsfunctie en daarmee de overeenstemming
met de machinerichtlijn behouden.
2.2 Speciale versies
Voor speciale versies die niet in de typesleutel onder 2.1 vermeld
worden, gelden de vermeldingen hiervoor en hierna, voor zover zij
overeenstemmen met de serieversies.
2.3 Bestemming en gebruik
De veiligheidsmodules voor gebruik in veiligheidscircuits zijn bedoeld
voor inbouw in schakelkasten. Zij dienen voor de veilige evaluatie van
de signalen van positieschakelaars met gedwongen verbreking voor
veiligheidsfuncties aan zijdelings verschuifbare, draaibare en
afneembare beschermvoorzieningen, noodstopbedienorganen,
veiligheidsmagneetschakelaars en AOPD's.
De veiligheidsfunctie is gedefinieerd als het uitschakelen van de
uitgangen Q1,Q2 en 17-18, 27-28, 37-38 bij het openen van de
ingangen S12 en/of S22. De veiligheidsrelevante stroompaden voldoen,
mits een evaluatie van de PFH-waarde heeft plaatsgevonden, aan de
volgende vereisten (zie ook hoofdstuk 2.6 "Veiligheidsclassificatie“)
– Categorie 4 – PL e volgens EN ISO 13849-1
– SIL 3 volgens IEC 61508 en EN 62061
Om het Performance Level (PL) volgens EN ISO 13849-1 van de
volledige veiligheidsfunctie (bijv. sensor, logica, actuator) te bepalen,
is een beoordeling van alle relevante componenten vereist.
Het volledige concept van de besturing, waarin de
veiligheidscomponent geïntegreerd wordt, moet gevalideerd
worden volgens de relevante normen.
3
SRB-E-232ST
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
NL
2.4 Technische gegevens
Algemene gegevens
Voorschriften: EN 60204-1, EN 60947-5-1,
EN ISO 13849-1, IEC 61508, EN 62061
Storingsbestendigheid: volgens EMC-richtlijn
Lucht- en kruipwegen: volgens EN 60664-1
Bevestiging: DIN-rail volgens EN 60715
Klembenaming: EN 60947-1
Elektrische gegevens:
Nominale bedrijfsspanning Ue: 24 VDC –20%/+20%
restspanning max.10%
Frequentiebereik:
Stroomvoorziening/Voeding: Als spanningsbron moet een
ES1- of PELV/SELV-voedingsapparaat worden gebruikt of er moeten
aanvullende maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat
de uitgangsspanning van het voedingsapparaat ook bij een storing niet
hoger is dan 60 V. De netvoeding moet zodanig op de zekering van
het toestel(karakteristiek/smeltintegraal) afgestemd worden, dat de
activering gegarandeerd is.
Stroomverbruik: 3 W (+ last van de veiligheidsuitgangen)
Zekering van de bedrijfsspanning: Wij raden een zekerings-
automaat type Z (max. 16 A) of
een fijne zekering (max. 15 A, traag) aan
UL Rating of external fuse: max. 16 A, only use fuses in
accordance with UL 248 series
Isolatiewaarden volgens EN 60664-1:
Nominale isolatiespanning Ui:
- Veiligheidscontacten: 250 V
- Veiligheidsuitgangen: 50 V
Nominale impulsspanningsvastheid Uimp:
- Veiligheidscontacten 17-18, 27-28: 6 kV
- Veiligheidscontact 37-38: 4 kV
- Veiligheidsuitgangen: 0,8 kV
Overspanningscategorie: III
Vervuilingsgraad: 2
Opkomvertraging: <150 ms
Afvalvertraging bij noodstop: < 10 ms
Afvalvertraging bij stroomuitval: < 10 ms
Overbrugging bij spanningspieken: typ. 5 ms
Klaar voor gebruik na het inschakelen van de spanning: < 1,5 s
Stuurstroomcircuits/ingangen:
Ingangen S12, S22: 24 VDC / 8 mA
Ingangen X2, X3, X7: 24 VDC / 8 mA
Cyclische uitgangen S11, S21: > 20 VDC, 10 mA per uitgang
Kabellengtes: 1500 m met 1,5 mm²;
2500 m met 2,5 mm²
Leidingweerstand: max. 40 Ω
Relaisuitgangen:
Schakelvermogen van de veiligheidscontacten: 17-18, 27-28, 37-38:
max. 250 V, 6 A ohmsche last,
min. 10 VDC / 10 mA
(Derating zie 2.5)
Beveiliging van de veiligheidscontacten: extern (Ik = 1000 A)
volgens EN 60947-5-1
smeltzekering 10 A snel, 6 A traag
Gebruikscategorie volgens EN 60947-5-1: AC-15: 230 V / 4 A;
DC-13: 24 V / 4 A
Schakelvermogen van de hulpcontacten: 45-46: 24 VDC/1 A
Beveiliging van de hulpcontacten: smeltzekering
2,5 A snel, 2 A traag
Karakteristieke waarden
veiligheidscontacten: weerstand max. 100 mΩ, AgNi,
zelfreinigend, gedwongen uitgevoerd
Elektrische levensduur: zie 2.5
Mechanische levensduur: 10 miljoen schakelingen
Halgeleideruitgangen:
Schakelvermogen van de veiligheidsuitgangen: Q1, Q2: max. 2 A
Spanningsval: < 0,5 V
Lekstroom lr: < 1 mA
Zekering van de veiligheidsuitgangen: zie bedrijfsspanning
Testimpulsen van de veiligheidsuitgangen: < 1 ms (negatief)
< 100 µs (positief)
Gebruikscategorie volgens EN 60947-5-1: DC-13: 24 V / 2A
Schakelvermogen van de signaaluitgangen: Halfgeleideruitgangen Y1, Y2:
24 VDC/100 mA
Zekering van de signaaluitgangen: interne elektronische zekering,
afschakelstroom > 100 mA
Elektrische levensduur: (Derating zie 2.5)
Mechanische levensduur: 10 miljoen schakelingen
Max. schakelcycli/minuut: 20
Inductieve verbruikers: er moet een geschikte veiligheidsschakeling
voor het ontstoren voorzien worden
Mechanische gegevens:
Uitvoering van de aansluiting: zie 2.1
Kabeldoorsnede: zie 2.1
Aansluitkabel: stijf of flexibel
Aandraaimoment voor aansluitklemmen: 0,5 Nm
Materiaal van de behuizing: glasvezelversterkte thermoplast,
geventileerd
Gewicht: 180 g
Omgevingsvoorwaarden:
Omgevingstemperatuur: –25 °C … +60 °C
(niet condenserend)
Opslag- en transporttemperatuur: –40 °C … +85 °C
(niet condenserend)
Afdichting: Behuizing: IP40,
Klemmen: IP20,
Inbouwruimte: IP54
Schokbestendigheid: 30 g / 11 ms
Trillingsvastheid volgens EN 60068-2-6: 10 ... 55 Hz,
amplitude 0,35 mm
Hoogte: max. 2.000 m
2.5 Derating / Elektrische levensduur van de veiligheidscontacten
Geen derating bij individuele montage van de modules
Derating op aanvraag bij montage van meedere modules naast
elkaar zonder tussenafstand en maximale uitgangsbelastingen en
omgevingstemperaturen.
Elektrische levensduur van de veiligheidscontacten
DC13 24V
AC15 230V
AC1 230V
DC1 24V
10.000.000
1.000.000
100.000
10.000
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Schakelingen
Contactbelasting
4
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule SRB-E-232ST
NL
2.6 Veiligheidsclassificatie
2.6.1 Veiligheidsclassificatie Halfgeleideruitgang
Voorschriften: EN ISO 13849-1, IEC 61508, EN 62061
PL: e
Categorie: 4
PFHD: ≤ 2,66 x 10-9 / h
PFDavg: ≤ 2,42 x 10-5
SIL: geschikt voor toepassingen in SIL 3
Gebruiksduur: 20 jaar
2.6.2 Veiligheidsclassificatie relaisuitgang
Voorschriften: EN ISO 13849-1, IEC 61508, EN 62061
PL: e
Categorie: 4
DC: hoog
CCF: > 65 punten
PFHD: ≤ 1,25 x 10-8 / h
PFDavg: ≤ 5,3 x 10-5
SIL: geschikt voor toepassingen in SIL 3
Gebruiksduur: 20 jaar
De PFH waarde van 1,25 x 10-8/h geldt voor de combinaties van
contactlast (stroom via vrijgavecontacten en aantal schakelcycli (nop/y)
vermeld in de tabel hieronder. In geval van 365 werkdagen per jaar
en een bedrijfstijd van 24-uren vloeien hieruit de hieronder vermelde
schakelcyclitijden (tcycle) voort voor de relaiscontacten.
Afwijkende toepassingen op aanvraag
Contactlast: nop/y tcycle
20 % 880.000 0,6 min
40 % 330.000 1,6 min
60 % 110.000 5,0 min
80 % 44.000 12,0 min
100 % 17.600 30,0 min
3. Montage
3.1 Algemene montage-instructies
De bevestiging gebeurt via snelbevestiging voor DIN rails volgens
EN 60715.
Hang de bovenkant van de behuizing in de DIN rail en druk omlaag
totdat zij vastklikt.
3.2 Afmetingen
Afmetingen component (H/B/T): 98 × 22,5 × 115 mm
4. Elektrische aansluiting
4.1 Algemene opmerkingen betreffende de elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting mag uitsluitend in spanningsloze
toestand door gemachtigd en gekwalificeerd personeel
uitgevoerd worden.
Bij nieuwe installatie of vervanging van de neteenheid moet
de stekker van het uitgangsniveau uitgetrokken en de correcte
aansluiting van de voeding (A1) gecontroleerd worden.
Om EMC invloeden te vermijden moeten de natuurkundige
omgevings- en bedrijfsvoorwaarden ter plaatse van
de inbouw van het product voldoen aan de paragraaf
"Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC)" van IEC 60204-1.
Lengte x van de kabel
- aan schroefklemmen:
- aan veeraansluitklemmen van het type s of f:
7 mm
10 mm
XX
4.2 Codering van de aansluitklemmen
5
SRB-E-232ST
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
NL
5. Werkingsprincipe en instellingen
5.1 Klemmenbeschrijving en LED-aanduidingen
Klem Functie LED Functie
A1 Bedrijfsspanning
+ 24VDC
RUN Bedrijfsspanning OK
RUN-modus
Impulscode zie par. 5.3
A2 Bedrijfsspanning
0 V
ERR Foutcode
zie par. 5.5
X2 Ingang startcircuit
X3 Ingang terugkoppeling
X7 Ingang vrijgavesignaal
S11/S21 Cyclische uitgangen
S12 SD ingang 1 In 1 Niveau Hoog aan S12
Impulscode zie par. 5.4
S22 SD ingang 2 In 2 Niveau Hoog aan S22
Impulscode zie par. 5.4
Y1 Sgnaaluitgang (NC)
stop 0
45/46 Sgnaalcontact (NC)
stop 1
17/18,
27/28,
37/38
Veiligheidsuitgangen
stop 1
Out 1 Uitgangen geactiveerd
Impulscode zie par. 5.4
Q1/Q2 Veiligheidsuitgangen
stop 0
Out 2 Uitgangen geactiveerd
Impulscode zie par. 5.4
1
0
S11 S1 2 S2 1 S2 2
A1A2X3X2
Q2Q1X7Y1
SRB-E-23 2ST
2827181 7
46453837
time[s]
RUN
ERR
ln 1
ln 2
Out 1
Out 2
mode
Instelling van de toepassing met de draaischakelaar 'mode'
Open de transparente frontafdekking (zie afb.).
Hef de kant van het slot op om te openen.
Stel de gewenste toepassing naar boven of naar onder in met de
draaischakelaar mode (1 … 10) (zie 5.3).
Afvalvertragingstijd (0 … 30 s) naar boven of naar onder instellen met
de draaischakelaar time (16 standen) (zie 5.3).
• Na de instelling meot de frontafdekking terug gesloten worden.
De frontafdekking kan met een zegel beveiligd worden tegen het
openen door onbevoegden.
Elementen pas aanraken nadat ze elektrisch ontladen zijn!
6
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule SRB-E-232ST
NL
5.2 Instelbare toepassingen
Draaischakelaar time
Afvalvertragingen in seconden
0 2,0 5,0 15,0
0,5 2,5 8,5 20,0
1,0 3,0 10,0 25,0
1,5 4,0 12,0 30,0
Draaischakelaar mode
Positie
draaischakelaar
Resetknop met
flankbewaking
Dwarssluitdetectie
actief
Ingangs-/
sensorconfiguratie
Bewaking van de synchroniteit van
de sensorkanalen (< 5 s)
1 Ja Ja NG / NG Ja
2 Ja Ja NG / NG Neen
3 Ja Neen NG / NG Ja
4 Ja Neen NG / NG Neen
5 Ja Ja NG/NO Ja
6 Autostart Ja NG/NO Neen
7 Autostart Ja NG / NG Ja
8 Autostart Ja NG / NG Neen
9 Autostart Neen NG / NG Ja
10 Autostart Neen NG / NG Neen
CConfiguratiemodus
5.3 De instelling of toepassing wijzigen
Beschrijving / Afloop Draaischakelaar (mode) Draaischakelaar
(time)
Systeemgedrag LED aanduidingen
RUN In 1 In 2 Out
Fabrieksinstelling Positie 1 0 s Gebruiksklaar 1 - - - -
Bedrijfsspanning opzetten Positie 1 Geen sensor aangesloten! Brandt - - -
In positie C draaien Toepassing 1 wordt gewist Brandt Knippert Knippert Knippert
Instelcyclus actief
Toepassing 1 is gewist. - - - -
Geen geldige toepassing
opgeslagen
Knippert - - -
SRB-E klaar voor nieuwe toepassingen
Afvalvertraging selecteren Gewenste tijd
(0-30 s) instellen.
Knippert - - -
Toepassing selecteren Gewenste toepassing 1-11
instellen. (Tijdvenster voor
instelprocedure ca. 3 s)
Nieuwe toepassing wordt
geladen
Brandt - - -
Instelcyclus actief
Brandt Brandt - -
Brandt Brandt Brandt -
Brandt Brandt Brandt Brandt
Gebruiksklaar Gewenste toepassing is
ingesteld
Nieuwe toepassing
overgenomen
Brandt - - -
Schakel de bedrijfsspanning uit en voer de bekabeling uit in overeenstemming met de nieuwe toepassing -> SRB-E... klaar voor gebruik
7
SRB-E-232ST
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
NL
7. Aansluitvoorbeelden
7.1 Mogelijke toepassingen
Alle toepassingen voor 1- of 2-kanalige veilige signaalevaluatie
voor de volgende veiligheidsvoorzieningen:
Veiligheidsdeurbewaking volgens EN ISO 14119
Gedwongen verbrekende positieschakelaars volgens EN 60947-5-1
Veiligheidssensoren volgens EN 60947-5-3
Noodstoptoestellen volgens EN ISO 13850 en EN 60947-5-5
Veiligheidsmagneetschakelaar volgens EN 60947-5-3
Veiligheidslichtgordijnen en veiligheidslichtschermen volgens EN 61496
Het aansluiten van veiligheidsmagneetschakelaars aan de
veiligheidsmodule SRB-E-... is uitsluitend toegelaten als de
vereisten van de norm EN 60947-5-3 vervuld zijn.
De volgende technische gegevens moeten minstens vervuld
worden:
• Schakelvermogen: min. 240 mW
• Schakelspanning: min. 24 VDC
• Schakelstroom: min. 10 mA
De volgende veiligheidssensoren voldoen bijvoorbeeld aan
de vereisten:
• BNS 36-02Z(G), BNS 36-02/01Z(G)
• BNS 260-02Z(G), BNS 260-02/01Z(G)
Als sensoren met LED in het besturingscircuit
(veiligheidscircuit) aangesloten worden, moet de volgende
nominale bedrijfsspanning verplicht aangehouden worden:
• 24 VDC met een max. tolerantie van –5 %/+20 %
Met name kunnen er problemen met de beschikbaarheid
optreden, bij serieschakelingen van sensoren waarbij de
LEDs een spanningsval in het besturingscircuit kunnen
veroorzaken.
6. Diagnose
6.1 LED aanduidingen
LED Functie Type aanduiding
RUN Gebruiksklaar Brandt permanent
Geen geldige toepassing Knippert
In 1
Ingang S12 gesloten Brandt permanent
Tijdsvenster voor synchroniteit
overschreden
Knippert snel
Tweede kanaal,
ingang S22 werd niet geopend
Knppert langzaam
In 2
Ingang S22 gesloten Brandt permanent
Tijdsvenster voor synchroniteit
overschreden
Knippert snel
Tweede kanaal,
ingang S12 werd niet geopend
Knppert langzaam
Out 1
Veiligheidsuitgang stop 1 IN Brandt permanent
Geen vrijgavesignaal aan ingang X7 Knippert snel
Veiligheidsuitangen wachten op start
(Ingang X2)
Knppert langzaam
Terugkoppeling niet gesloten
(Ingang X3)
Knppert langzaam
Out 2
Veiligheidsuitgang stop 0 IN Brandt permanent
Geen vrijgavesignaal aan ingang X7 Knippert snel
Veiligheidsuitangen wachten op start
(Ingang X2)
Knppert langzaam
Terugkoppeling niet gesloten
(Ingang X3)
Knppert langzaam
Alle LED's knipperen een maal bij netspanning aan
6.2 Storingen
Storingen en foutoorzaken worden door de ERR-LED via korte en lange
knippersignalen weergegeven
LED Foutoorzaak knippert
lang
knippert
kort
ERR
Te lage bedrijfsspanning 1 1
Bedrijfsspanning te hoog 1 2
Ongeldige positie draaischakelaar 1 3
Externe spanning aan uitgang Q1 1 5, 7, 9
Externe spanning aan uitgang Q2 1
2
6, 8
1
Kortsluiting met GND aan uitgang Q1 2 2
Kortsluiting met GND aan uitgang Q2 2 3
Dwarssluiting tussen ingangen
S12 en S22 2 4
Ongedefinieerd niveau aan de
ingangen:
X2 3 4
X3 3 5
X7 3 9
S12 2 9
S22 3 1
Draaischakelaar > 30 sec. in positie C 6 8
Toepassing gewijzigd en
inschakeling van de bedrijfsspanning
LED's knipperen snel:
RUN, In 1, In 2, Out
Toepassing werd gewijzigd terwijl de
component in werking was
LED's knipperen snel:
ERR, In 1, In 2, Out
Andere foutcodes:
ruggenspraak met technische afdeling van Schmersal
8
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule SRB-E-232ST
NL
Aansluitvoorbeeld SRB-E-232ST
0V / GND
R
H2
X7X3A1 S22S11
A2
S21X2
Q1 Q2Y1
S12
+24VDC
KA
KB
F1
KD
KC
KC
KD
KA
KB
K2
K1
2717 37 45
2818 38 46
K1 K2
L1
KAKB
N
KC
KD
a)
b)
c)
d)
e)f)
Legende
a) Veiligheidsingangen
b) Veiligheidsuitgangen
c) Signaaluitgangen
d) Klokuitgangen
e) Verwerking
f) Stroom
7.2 Toepassingsvoorbeeld
Het voorbeeld toont een tweekanalige aansturing van een
veiligheidsdeurbewaking met twee positieschakelaars, waarvan
een gedwongen verbrekend contact, met externe resetknop
J
Vermogensvlak: tweekanalige aansturing, geschikt voor
contactversterking of contactvermenigvuldiging via externe relais
met gedwongen schakelende contacten
-
S
= Terugkoppeling
Meldsignaaluitgangen mogen niet gebruikt worden in
veiligheidscircuits.
9
SRB-E-232ST
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
NL
7.3 Startconfiguratie
7.3.1 Bewaakte start
De manuele start of de activering van de veiligheidsmodule gebeurt bij
het loslaten van de knop.
Bewaking van de max. bedieningstijd 0,03 s … 3 s.
Bij overschrijding van de tijd wordt de veiligheidsmodule niet
gestart!
7.3.2 Reset zonder flankbewaking/automatische start
De manuele start of de activering van de veiligheidsmodule gebeurt bij
het indrukken van de knop (niet bij het loslaten!).
Bij automatische start moet X2 aan S11, S21 of +24 VDC overbrugd
worden
Niet toegelaten zonder bijkomende maatregelen indien het
risico bestaat dat men over de beschermvoorziening heen
kan stappen!
In de zin van EN 60204-1 paragraaf 9.2.3.4.2 is de
bedrijfsmodus "Automatische start" alleen beperkt
toegelaten. In het bijzonder moet een onopzettelijke herstart
van de machine door andere geschikte maatregelen
verhinderd worden.
X2
J
S11/S21
X2
+24 VDC
J
Resetknop
met flankdetectie
Resetknop zonder flankdetectie/
automatische start
Positie draaischakelaar 1 Positie draaischakelaar 6
Positie draaischakelaar 2 Positie draaischakelaar 7
Positie draaischakelaar 3 Positie draaischakelaar 8
Positie draaischakelaar 4 Positie draaischakelaar 9
Positie draaischakelaar 5 Positie draaischakelaar 10
7.4 Terugkoppeling / Vrijgavesignaal
Geschikt voor contactversterking of contactvermenigvuldiging
via externe relais met gedwongen uitgevoerde contacten. Als de
terugkoppeling niet nodig is, moet hier een overbrugging gemaakt
worden.
X3
S11/S21
X3
+24 VDC
KB
KA
KB
KA
De veiligheidscontacten en -uitgangen kunnen bij gesloten
beschermvoorziening via de veiligheidsingang X7 bedrijfsmatig
geschakeld worden.
De veiligheidsuitgangen 17/18, 27/28 en 37/38 worden pas na het
verstrijken van de ingestelde vertragingstijd uitgeschakeld.
Bij een veiligheidsgericht gebruik moet een fout in de bedrading
(kortsluiting aan 24V-potentiaal) uitgesloten kunnen worden!
Als geen bedrijfsmatige uitschakeling benodigd wordt, moet deze
ingang met + 24 VDC bestroomd worden.
X7 X7
+24 VDC = besturingssignaal
10
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule SRB-E-232ST
NL
7.5 Sensorconfiguratie
Eenkanalige signaalverwerking
+24 VDC
S12 S22 S12 S22
S11 S21
Positie
draaischakelaar
Functie
4 Reset met flankdetectie
10 Reset zonder flankdetectie/automatische start
Tweekanalige signaalverwerking NC / NC
Met dwarssluitdetectie
(Cat. 4 – PL e volgens EN ISO 13849-1 mogelijk)
S12 S22
S11 S21
S12 S22
S11 S21
Positie
draaischakelaar
Dwarssluit-
detectie
Synchroniteit
1 Ja Ja
2 Ja neen
7 Ja Ja
8 Ja neen
Zonder dwarssluitdetectie
(Cat. 4 - PL e volgens ISO 13849-1 alleen mogelijk mits afgeschermde
bekabeling).
S12 S22
S11 S21
S12 S22
S11 S21
+24 VDC
S12 S22 S12
+24V
S22
+24V
Positie
draaischakelaar
Dwarssluit-
detectie
Synchroniteit
3 neen Ja
4 neen neen
9 neen Ja
10 neen neen
Tweekanalige Signaalverwerking NC / NO
(Cat. 4 – PL e volgens EN ISO 13849-1 mogelijk)
S12 S22
S11 S21 +24 VDC
S12 S22 S12 S22
S11 S21
Positie
draaischakelaar
Functie
5 Reset met flankdetectie
6 Reset zonder flankdetectie/automatische start
8. Gebruik en onderhoud
8.1 Inbedrijfname
De veiligheidsmodule is voorzien voor montage in een schakelkast met
beschermingsgraad IP54.
Bij levering is de veiligheidsmodule werkensklaar.
Bij levering is de toepassing 1 ingesteld.
8.2 Functietest
De veiligheidsfunctie van de veiligheidsmodule moet getest worden.
Hierbij moet vooraf het volgende gegarandeerd zijn:
1. Bevestiging
2. Juiste uitvoering van de bedrading en de aansluitingen
3. Eventuele schade aan de behuizing van de veiligheidsmodule
4. Elektrische functie van de aangesloten sensoren en hun invloed op
de veiligheidsmodule en de nageschakelde actoren
De veiligheidsmodule beschikt over zelftestfuncties.
Een gedetecteerde fout leidt tot een veilige toestand en eventueel tot
een onvertraagde uitschakeling van alle veiligheidsuitgangen.
8.3 Gedrag bij storingen
In geval van een storing wordt de volgende werkwijze aangeraden:
1. Identificeer de storing met behulp van de impulscodes uit hoofdstuk
6.2.
2. Verhelp de storing als het om een storing gaat die in de tabel
beschreven wordt.
3. Schakel de bedrijfsspanning aan en uit om de foutmodus te wissen.
Als de storing niet verholpen kan worden, moet u de fabrikant
contacteren.
11
SRB-E-232ST
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
NL
8.4 Instelrapport
Het rapport van de instelling van het apparaat moet door de klant aangevuld
en bij de technische documentatie van de machine gevoegd worden.
Het instelrapport moet beschikbaar zijn in geval van een
veiligheidsinspectie.
Firma:
De veiligheidsmodule wordt met de volgende machine gebruikt:
Machinenr. Machinetype Veiligheidsmodule nr.
Ingestelde toepassing (mode):
Ingestelde afvalvertraging (t):
Ingesteld op Handtekening van de verantwoordelijke
8.5 Onderhoud
Wij raden een regelmatige visuele inspectie en functietest aan,
inclusief de volgende stappen:
1. Correcte bevestiging van de veiligheidsmodule controleren
2. Voedingskabel op eventuele beschadigingen controleren
3. Elektrische functie controleren
Als een manuele functietest vereist is om een eventuele
accumulatie van storingen te detecteren, moet deze met
de hieronder opgegeven intervallen uitgevoerd worden:
minstens één maal per maand voor PL e met categorie
3 of categorie 4 (volgens EN ISO 13489-1) of SIL 3 met
HFT (Hardwarefouttolerantie) = 1 (volgens EN 62061),
minstens alle 12 maanden voor PL d met categorie 3
(volgens EN ISO 13849-1) of SIL 2 met HFT
(Hardwarefouttoleratnie) = 1 (volgens EN 62061).
Beschadigde of defecte componenten moeten onmiddellijk
vervangen worden.
9. Demontage en afvalverwijdering
9.1 Demontage
De veiligheidsmodule mag uitsluitend in spanningsloze toestand
gedemonteerd worden.
9.2 Afvalverwijdering
De veiligheidsrelaismodule moet op een correcte manier volgens de
geldende nationale voorschriften en wetgevingen afgevoerd worden.
10. Bijlage
10.1 Aanwijzingen voor de schakeling
Bedradingsvoorbeeld voor cascadering via veilige ingang X7:
Via de ingang X7 kunnen de veiligheidsuitgangen van de volgende
SRB-E modules uitgeschakeld worden.
Bij een veiligheidsgericht gebruik moet een fout in de bedrading
(kortsluiting aan de 24V-potentiaal) uitgesloten kunnen worden!
1
0
S11 S1 2 S2 1 S2 2
A1A2X3X2
X7Qt1Y2Y1
SRB-E-212ST
2 42 31 41 3
Out 2
time[s]
RUN
ERR
ln 1
ln 2
Out 1
mode
1
0
S11 S1 2 S2 1 S2 2
A1A2X3X2
Q2Q1X7Y1
SRB-E-23 2ST
2827181 7
46453837
time[s]
RUN
ERR
ln 1
ln 2
Out 1
Out 2
mode
Lucht- en kruipwegen van de veiligheidscontacten:
1
0
S11 S1 2 S2 1 S2 2
A1A2X3X2
X7Qt1Y2Y1
SRB-E-212ST
2 42 31 41 3
Out 2
time[s]
RUN
ERR
ln 1
ln 2
Out 1
mode
1
0
S11 S1 2 S2 1 S2 2
A1A2X3X2
Q2Q1X7Y1
SRB-E-23 2ST
2827181 7
46453837
time[s]
RUN
ERR
ln 1
ln 2
Out 1
Out 2
mode
De veiligheidscontacten 17-18 en 27-28 vervullen tegen alle andere
aansluitklemmen, zonder bijkomende maatregelen, de vereisten
voor een dubbele isolatie volgens EN 60664-1 en moeten bij
schakelspanningen > 50 V gebruikt worden. De veiligheidscontacten
37-38 voldoen aan de vereisten voor basisisolatie.
12 NL
SRB-E-232ST-D-NL
Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule SRB-E-232ST
11. EU-conformiteitsverklaring
De meest recente geldige conformiteitverklaring kan via
products.schmersal.com gedownload worden.
K.A. Schmersal GmbH & Co. KG
Möddinghofe 30, 42279 Wuppertal
Duitsland
Telefoon: +49 202 6474-0
Telefax: +49 202 6474-100
Internet: www.schmersal.com
Plaats en datum van opstelling: Wuppertal, 14 maart 2023
Rechtsgeldige handtekening
Philip Schmersal
Directeur
EU-conformiteitsverklaring
Origineel K.A. Schmersal GmbH & Co. KG
Möddinghofe 30
42279 Wuppertal
Germany
Internet: www.schmersal.com
Hiermee verklaren wij dat de hieronder beschreven producten op grond van hun ontwerp en constructie
beantwoorden aan de relevante Europese Richtlijnen.
Benaming van de component: SRB-E-232ST
Type: zie bestelsleutel
Beschrijving van de component:
Veiligheidsmodule voor noodstopcircuits, veiligheidsdeurbewakingen,
veiligheidsmagneetschakelaars en AOPD's
Geharmoniseerde Richtlijnen: Machinerichtlijn
EMC-Richtlijn
RoHS-Richtlijn
2006/42/EG
2014/30/EU
2011/65/EU
Toegepaste normen: EN ISO 13849-1:2015
EN ISO 13849-2:2012
IEC 61508 Deel 1-7:2010
EN 62061:2005 + AC.:2010 + A1:2013 + A2:2015
Erkende instantie voor het certiceren
van het QS systeem volgens Bijlage X,
2006/42/EG:
TÜV Rheinland Industrie Service GmbH
Am Grauen Stein, 51105 Köln
Kenn Nr.: 0035
Gemachtigde voor het samenstellen
van de technische documentatie:
Oliver Wacker
Möddinghofe 30
42279 Wuppertal
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12

schmersal SRB-E-232ST-CC Kasutusjuhend

Tüüp
Kasutusjuhend
See käsiraamat sobib ka

teistes keeltes